Schoolreglement

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1      Dit schoolreglement is van toepassing op alle leerlingen van de Gemeentelijke Academie Muziek-Woord-Dans  van Heist-op-den-Berg en op de ouders van de minderjarige leerlingen.

Artikel 2      Dit schoolreglement en het artistiek-pedagogisch project worden door de directeur via elektronische drager meegedeeld aan de leerling of de ouders van de minderjarige leerling bij de eerste inschrijving van de leerling. Wijzigingen aan deze documenten worden eveneens aan de leerling/ouders meegedeeld via elektronische drager. De school vraagt de ouders/leerlingen of ze ook een papieren versie van het schoolreglement en/of eventuele wijzigingen wensen en stelt deze ter beschikking.

Artikel 3      Elke leerling ontvangt jaarlijks een infobrochure met praktische informatie voor het betreffende schooljaar. Deze infobrochure wordt voor kennisneming ondertekend door de ouders van de minderjarige leerling.

 

Hoofdstuk 2 Begrippen

Artikel 4      Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:

1.     Academie:  Het pedagogisch geheel waar deeltijds kunstonderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van een directeur. De academie omvat:

                        - de hoofdinstelling: Oude Godstraat 8

- de wijkafdelingen: Itegem: basisschool Dulft, Schriek: Leuvensebaan 32, Heist-Goor: Pastoor Mellaertsstraat(kerk) + Pluishoekstraat, Wiekevorst: St Jozefstraat 2

- het filiaal: Putte, Leuvensebaan 34
Schoolbestuur: De instantie die verantwoordelijk is voor de academie, namelijk de gemeenteraad van de gemeente Heist-op-den-Berg  Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen van die gemeente bevoegd.

2.     Directeur: De directeur van de academie of zijn afgevaardigde.

3.     Leerling: De persoon die ingeschreven is aan de academie overeenkomstig de reglementaire toelatingsvoorwaarden.

4.     Ouders: De personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.

5.     Artistiek-pedagogisch project: Het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat het schoolbestuur voor de academie en haar werking heeft bepaald.

6.     Infobrochure: Jaarlijkse brochure met praktische informatie over de organisatie en de werking van de academie voor het betreffende schooljaar.

7.     Aangetekend: Met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ont­vangstbewijs.

8.     Studierichting: In het deeltijds kunstonderwijs onderscheidt men de volgende studierichtingen: Muziek, Woordkunst, Dans, Beeldende kunst.

 

Hoofdstuk 3 Organisatie van de lessen

Artikel 5      Het schooljaar start op 1 september en de laatste lesdag valt ten laatste op 30 juni.

Artikel 6      De openingsuren van de academie en de openingsuren van het secretariaat worden in het begin van elk schooljaar schriftelijk bekend gemaakt.

Artikel 7      De vakantieregeling wordt in het begin van het schooljaar schriftelijk bekend gemaakt. De leerlingen moeten er rekening mee houden dat een vakantieperiode doorgaans begint op een maandag. De zaterdag voorafgaand aan een vakantie wordt er nog les gegeven, tenzij anders vermeld in de vakantieregeling. De regeling met betrekking tot verlengde weekends kan afwijken van de regeling in het dagonderwijs.

Artikel 8      Een lesuur bestaat uit 60 minuten.

Artikel 9      Voor de individuele vakken (studierichtingen Muziek en Woordkunst) krijgen de leerlingen een uur les per groep van 2, 3 of 4 leerlingen.

Artikel 10    De lessen zijn niet toegankelijk voor ouders of derden, tenzij anders vermeld.

 

Hoofdstuk 4 Inschrijving en financiële bijdrage

Artikel 11    De leerlingen worden ingeschreven vóór 1 oktober van het betreffende schooljaar.

Artikel 12    §1. Is de leerling al ingeschreven in dezelfde studierichting in een andere academie, dan moet dit steeds expliciet worden gemeld bij inschrijving.
§2. Heeft de leerling reeds een attest of getuigschrift behaald in dezelfde studierichting in een andere academie, dan moet dit steeds expliciet worden gemeld bij inschrijving. 

Artikel 13    Tweede instrument of tweede optie
Leerlingen kunnen zich voor een tweede instrument of een tweede optie slechts inschrijven, na akkoord van de directeur en indien ze de lagere graad van hun eerste instrument met goed resultaat beëindigd hebben.. Zij worden in eerste instantie op een wachtlijst ingeschreven. Enkel als er voldoende plaats is, kunnen ze daadwerkelijk worden ingeschreven.

Artikel 14    Maximaal aantal inschrijvingen
De inschrijving van leerlingen wordt beperkt tot de wettelijke en decretale groeperingsnormen.Als het maximum bereikt is, wordt de kandidaat-leerling op een wachtlijst ingeschreven.

Artikel 15    Inschrijvingsgeld

1°   De inschrijving van een leerling is slechts definitief na het betalen van het wettelijk voorziene inschrijvingsgeld. 

2°   Een leerling betaalt het inschrijvingsgeld vastgelegd volgens de ministeriële bepalingen.

3°   Inschrijvingsgelden worden betaald per studierichting. Een leerling kan een of meer vakken van dezelfde studierichting in een andere instelling volgen. De leerling betaalt geen inschrijvingsgeld indien hij kan bewijzen dat hij in de andere instelling reeds betaald heeft.

4°   In geval van moeilijkheden tot betaling moet de leerling zich wenden tot de directie.

5°   Een leerling kan worden geweigerd indien hij het gevraagde inschrijvingsgeld niet tijdig betaalt.

6°   Het inschrijvingsgeld mag worden beschouwd als een uitgave voor kinderopvang en is dus fiscaal als dusdanig aftrekbaar.

Artikel 16    Verminderd inschrijvingsgeld
§1 Volgende personen en de personen die zij ten laste hebben, komen in aanmerking voor een verminderd inschrijvingsgeld als ze het daartoe vereiste document voorleggen:

1°   Werklozen: een attest afgeleverd door VDAB / RVA / FOREM / ONEM dat aantoont dat hij/zij uitkeringsgerechtigd volledig werkloos is of ermee gelijkgesteld,

2°   Leefloners: een officieel attest van het OCMW/CPAS of een attest ‘inkomensgarantie voor ouderen’ of ‘rentebijslag’,

3°   Personen met een handicap: attest van de mutualiteit waaruit een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 % blijkt en met vermelding van een RIZIV-nummer en de geldigheidsperiode. Ook attesten waarop ‘vermindering van het verdienvermogen tot één derde of minder dan…’ is aangeduid, zijn geldig evenals attesten waarbij ‘de mate waarin de handicap of aandoening lichamelijke en geestelijke gevolgen heeft’ ten minste 4 punten bedraagt,

4°   Residenten van een gezinsvervangend tehuis of van een medisch-pedagogische instelling: een verklaring van de directie .

5°   Erkende politieke vluchtelingen: officieel attest dat aantoont dat hij/zij het statuut van erkend politiek vluchteling heeft.

Een persoon die ten laste is van een werkloze, leefloner, persoon met een handicap of erkend politiek vluchteling, moet ook een document ‘samenstelling van het gezin’ voorleggen dat wordt afgeleverd door het gemeentebestuur.

§2 Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie, betaalt het verminderde inschrijvingsgeld:

1°   indien een ander lid van dezelfde leefeenheid (hoofdverblijfplaats op hetzelfde adres) het inschrijvingsgeld reeds heeft betaald in dezelfde of in een andere academie voor deeltijds kunstonderwijs,

2°   voor iedere extra inschrijving in een andere studierichting in dezelfde of in een andere academie voor deeltijds kunstonderwijs.

§3.Een leerling+18  die de leeftijd van 24 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in  kwestie, betaalt het verminderd inschrijvingsgeld voor volwassenen.

Artikel 17    Sport- en cultuurcheques (indien van toepassing)
Leerlingen die van hun werkgever sport- en cultuurcheques ontvangen, kunnen deze gebruiken voor de betaling van hun inschrijvingsgeld

Artikel 18    Extra bijdragen
§1. Het schoolbestuur kan op basis van een bijgevoegd retributiereglement een bijkomende bijdrage opleggen voor het organiseren van deeltijds kunstonderwijs in haar instelling(en).

§2. Het schoolbestuur kan een bijdrage vragen voor kosten die worden gemaakt in het kader van de opleiding of om de opleiding te verlevendigen, zoals:

-          de aankoopprijs van een agenda

-          de aankoopprijs van materiaal en benodigdheden

-          de aankoopprijs van aangepaste kledij

-          de aankoopprijs van boeken en partituren

-          kosten voor SEMU

-          kopiekosten,

-          deelnamekosten bij pedagogisch-didactische uitstappen,

-          de kosten bij projecten,

-          de kosten bij feestactiviteiten.

 

Hoofdstuk 5 Toelatingsvoorwaarden

Artikel 19    §1. Iedere leerling moet beantwoorden aan de minimum leeftijdsvoorwaarden voor de betreffende studierichting:

-          In de studierichtingen dans moeten de leerlingen minimum 6 jaar zijn op 31 december van het lopende schooljaar, of ingeschreven zijn in het 1ste leerjaar van het basisonderwijs.

-          In de studierichtingen muziek en woordkunst moeten de leerlingen minimum 8 jaar zijn op 31 december van het lopende schooljaar, of minstens twee volledige schooljaren ingeschreven zijn in het lager onderwijs.

§2 In principe start een leerling in het eerste leerjaar van de gekozen optie. In de eerste drie leerjaren van de lagere graad woordkunst en in de eerste drie leerjaren van de lagere graad dans stromen de leerlingen volgens leeftijd in.

§3 In de studierichtingen muziek, woordkunst en dans worden leerlingen die op 31 december van het lopende schooljaar jonger zijn dan 15 jaar, in principe ingeschreven in de sectie jongeren. Vanaf 15 jaar worden de leerlingen ingeschreven in de sectie volwassenen. Om pedagogische redenen kan de directeur ook leerlingen jonger dan 15 jaar (12- tot 14-jarigen) toelaten tot de sectie volwassenen. Omgekeerd kunnen leerlingen ouder dan 15 jaar niet toegelaten worden tot de sectie jongeren.

§4 Om naar het volgende leerjaar te kunnen gaan, moet de leerling geslaagd zijn voor de proeven van het voorafgaande leerjaar.      

Artikel 20    Toelatingsperiode
§1 Wanneer een leerling in een ander leerjaar of een andere optie wil instromen dan hij op basis van de gewone toelatingsvoorwaarden mag, kan de directeur in samenspraak met de betrokken vakleerkrachten een toelatingsperiode opleggen. Deze toelatingsperiode start bij het begin van het schooljaar en eindigt uiterlijk op 1 november van het lopende schooljaar. De leerling volgt de vakken van het leerjaar waarin hij wil terecht komen. Na die toelatingsperiode maken de directeur en de betrokken leerkrachten een attest op dat motiveert of de leerling het leerjaar verder kan blijven volgen of wordt doorverwezen naar een ander leerjaar.
§2 Leerlingen kunnen enkel tot deze toelatingsperiode worden toegelaten indien ze voldoen aan volgende voorwaarden:

-          in de studierichtingen muziek, woordkunst, dans:

­   voor de lagere graad: de leeftijd van 8 jaar bereikt hebben,

­   voor de middelbare graad: de leeftijd van 12 jaar bereikt hebben of ingeschreven zijn in het secundair onderwijs,

­   voor de hogere graad: de leeftijd van 15 jaar bereikt hebben of ingeschreven zijn in het 4de leerjaar van het secundair onderwijs.

Artikel 21    Een leerling kan, op voorwaarde dat hij aan de toelatingsvoorwaarden voldoet:

-          tezelfdertijd meerdere studierichtingen volgen,

-          tezelfdertijd binnen een studierichting meerdere opties volgen met dien verstande dat éénzelfde vak slechts éénmaal moet worden gevolgd,

-          veranderen van optie en/of leerjaar tot 1 november van datzelfde schooljaar.

Artikel 22    Leerlingen die in het laatste jaar lagere graad enkel geslaagd zijn voor AMV, kunnen toch doorstromen naar de middelbare graad (schuinzitten). De leerling volgt dan AMC in de middelbare graad en instrument of zang in de lagere graad. Een praktisch vak (instrument, zang) kan nooit in een hogere graad worden gevolgd dan het theoretisch vak.

 

Hoofdstuk 6 Vrije leerlingen

Artikel 23    Een vrije leerling is een leerling die niet voldoet aan een van volgende voorwaarden:

-          beantwoorden aan de toelatingsvoorwaarden,

-          ingeschreven zijn voor het geheel van de vakken van een bepaald leerjaar behoudens eventuele vrijstelling,

-          daadwerkelijk en regelmatig de vakken volgen met als doel op het einde van het schooljaar deel te nemen aan de proeven,

-          het eventueel vereiste inschrijvingsgeld hebben betaald.

Artikel 24    Vrije leerlingen komen in eerste instantie op een wachtlijst terecht. Enkel als er voldoende plaats is, kunnen ze daadwerkelijk worden ingeschreven. Dit gebeurt enkel na akkoord van de directeur.

Artikel 25    Vrije leerlingen kunnen deelnemen aan de proeven maar kunnen geen attesten of getuigschriften behalen.

 

Hoofdstuk 7 Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

Artikel 26    §1. Voor een leerling met specifieke onderwijsbehoeften kan de academie een individueel curriculum ontwikkelen in samenspraak met de leerling of zijn ouders.
§2. De ontwikkeling van een individueel curriculum gebeurt enkel na akkoord van de directeur en voor zover de academie hiervoor de nodige draagkracht heeft.
§3. Voor een leerling die, eventueel met redelijke aanpassingen, voldoende leerwinst kan boeken in het gemeenschappelijke curriculum, is geen individueel curriculum mogelijk.

Artikel 27    De leerling met een specifieke onderwijsbehoefte moet een van de volgende attesten voorleggen:

·         een inschrijvingsverslag voor het buitengewoon onderwijs;

·         een attest waaruit blijkt dat de leerling is ingeschreven in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

Artikel 28    Het individuele curriculum kan afwijken van de reguliere lessenroosters, leerplannen, toelatings- en overgangsvereisten en leerlingenevaluatie. 
Het individueel curriculum kan per graad maximum één leerjaar langer duren, maar de leerling kan niet overzitten.

Artikel 29    Leerlingen die een individueel curriculum volgen, kunnen geen attesten of getuigschriften behalen. Zij krijgen bij het beëindigen van de graad een leerbewijs dat aangeeft dat ze een opleiding hebben gevolgd en dat er door middel van een evaluatie werd nagegaan welke van de vooraf bepaalde doelen bereikt zijn.

 

Hoofdstuk 8 Te volgen vakken en vrijstellingen

Artikel 30    Behoudens vrijstelling volgt elke leerling alle vakken van een gekozen optie. 

Artikel 31    Een leerling kan een vak geheel of gedeeltelijk vervangen door leeractiviteiten in een alternatieve, kwaliteitsvolle leercontext. Dit kan enkel na schriftelijke, gemotiveerde toestemming van de directeur. Opleidings- en vormingsactiviteiten van private of andere publieke opleidingsverstrekkers komen niet in aanmerking.

Artikel 32    §1 Een leerling heeft recht op een vrijstelling voor de vakken die hij reeds met vrucht heeft gevolgd op een gelijkwaardig of hoger niveau van het voltijds secundair onderwijs, van het deeltijds kunstonderwijs of van het kunstonderwijs met beperkt leerplan. Dit recht geldt enkel voor de vakken Algemene muzikale vorming, Muziekcultuur/volksmuziek, Repertoirestudie. De leerling legt de nodige bewijsstukken voor.

§2 De directeur kan - in samenspraak met de betrokken leerkrachten - vrijstelling verlenen voor een vak om pedagogische redenen. Die vrijstelling wordt gestaafd met een attest. In geval van twijfel wordt het advies van de inspectie gevraagd, en kan de leerling een toelatingsperiode worden opgelegd. 

§3 Vrijstellingen op basis van een buitenlands diploma moeten altijd worden aangevraagd (niet-Nederlandse diploma’s moeten worden vertaald) bij de gemeenschapsinspectie van onderwijs.

Artikel 33    Een verkregen vrijstelling geldt voor de ganse duur van de opleiding indien ze werd verleend op basis van reeds gevolgde gelijkwaardige of hogere studies. In andere gevallen kan de vrijstelling voor één schooljaar gelden.

 

Hoofdstuk 9 Activiteiten georganiseerd door de academie

Artikel 34    De leerlingen worden schriftelijk uitgenodigd hun medewerking te verlenen aan openbare voorstellingen of aan andere kunstmanifestaties die door de academie worden ingericht. Participerende leerlingen vallen volledig onder de schoolverzekering.

Artikel 35    Buitenschoolse lesactiviteiten die door de academie worden georganiseerd voor minderjarige leerlingen, worden schriftelijk aan de ouders meegedeeld.

 

Hoofdstuk 10 Aanwezigheid

Artikel 36    Iedere leerling neemt deel aan alle lessen en activiteiten van het leerjaar waarin hij is ingeschreven, behoudens in geval van gewettigde afwezigheid.

Artikel 37    §1 Iedere leerling respecteert het begin- en einduur van de lessen.
§2 Minderjarige leerlingen mogen de academie niet verlaten tijdens de lesonderbrekingen.
§3 In uitzonderlijke gevallen kan een leerling de academie voor het einduur verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur, het secretariaat of de leraar. Voor minderjarige leerlingen is ook de toestemming van de ouders vereist.

 

Hoofdstuk 11 Afwezigheid van de leerling

Artikel 38    Als een les of activiteit niet kan worden bijgewoond, moet de academie (de directeur, het secretariaat of de leraar) hiervan vooraf en zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 39    Gewettigde afwezigheid

§1 Iedere afwezigheid moet gewettigd of gerechtvaardigd zijn.
§2 De afwezigheid kan op volgende manieren worden gerechtvaardigd:

1°   een doktersattest,

2°   een document dat aantoont dat de leerling afwezig was om:

-          een begrafenis- of huwelijksplechtigheid bij te wonen van een bloed- of aanverwant tot de vierde graad of van een persoon die onder hetzelfde dak woont,

-          een familieraad bij te wonen,

-          voor de rechtbank te verschijnen na een oproeping of dagvaarding,

-          een feestdag te vieren die inherent is aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van de leerling,

-          een andere officiële aangelegenheid bij te wonen - mits akkoord van de directeur,

3°   een ondertekende verklaring van de leerling (ingeval een minderjarige leerling: van een van de ouders) met de reden van het niet bijwonen van de les. Deze verklaring wordt ingediend bij de directeur en is hoogstens 4 keer per jaar mogelijk. Om uitzonderlijke, familiale redenen kan de directeur beslissen om van dit maximum af te wijken.

4°   afwezigheid in uitvoering van een orde- of tuchtmaatregel zoals bepaald in hoofdstuk 22.

Artikel 40    Ongewettigde afwezigheid
§1 Elke afwezigheid die niet gewettigd of gerechtvaardigd is zoals beschreven in artikel 36, wordt beschouwd als een ongewettigde afwezigheid.
§2 Bij een ongewettigde afwezigheid van een minderjarige leerling neemt de academie contact op met de ouders.
§3 Een leerling die meer dan een derde van de lessen ongewettigd afwezig was, kan niet deelnemen aan de proeven en is bijgevolg niet geslaagd.
§4 Een leerling die op 1 februari meer dan een derde van de lessen ongewettigd afwezig was, kan het recht verliezen om aan de proeven deel te nemen. De leerling is dan niet geslaagd. Het verlies van dit recht wordt uitgesproken door de directeur na de leerling/ouders gehoord te hebben.
§5 Ongewettigde afwezigheden kunnen bovendien aanleiding geven tot één van de sancties vermeld in Hoofdstuk 23

 

Hoofdstuk 12 Schorsing van de lessen wegens bepaalde omstandigheden

Artikel 41    Afwezigheid van de leraar
§1 Als een les niet kan plaatsvinden omwille van de afwezigheid van de leraar, dan worden in volgorde de volgende maatregelen genomen:

-          de ouders of meerderjarige leerlingen worden onverwijld en voorafgaandelijk verwittigd per telefoon of smsdienst indien mogelijk - is dit slechts beperkt mogelijk, dan wordt voorrang gegeven aan de leerlingen die het verst wonen,

-          de afwezigheid wordt ad valvas gemeld,

-          opvang wordt voorzien indien geen van de voorgaande maatregelen mogelijk is - minderjarige leerlingen mogen enkel naar huis ingeval van afwezigheid van de leraar als de ouders hiervoor schriftelijk toestemming hebben geven.

§2 Als ouders hun kinderen naar de academie brengen, gaan ze best na of de leraar al dan niet aanwezig is, alvorens hun kinderen achter te laten.

Artikel 42    Overmacht
§1    De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep worden geschorst wegens overmacht. Hieronder verstaat men een onvoorziene, niet-toerekenbare plotselinge gebeurtenis die het onmogelijk maakt om de lessen te laten doorgaan (vb. weersomstandigheden).

§2    De directeur brengt de ouders hiervan, voor zover mogelijk, op de hoogte.

Artikel 43    Pedagogische studiedag
§1    De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep één dag per schooljaar worden geschorst voor het houden van een pedagogische studiedag voor de leraars.

§2    Deze studiedag wordt schriftelijk bekendgemaakt.

Artikel 44    Staking

§1    In geval van staking zal de academie zorgen voor het nodige toezicht op de minderjarige leerlingen. Enkel indien het niet mogelijk is om voldoende toezicht te organiseren, worden de lessen geschorst.
§2    De directeur brengt de ouders vooraf schriftelijk op de hoogte van de maatregelen die zullen worden genomen.

Artikel 45    Verkiezingen - Volksraadpleging

§1    De lessen kunnen de dag voor, van en na de parlementaire, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of een volksraadpleging worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van deze activiteit zijn gebruikt.

§2    De directeur brengt de ouders hiervan vooraf schriftelijk op de hoogte.

 

Hoofdstuk 13 Lesverplaatsingen

Artikel 46    Alle leerlingen hebben recht op alle lessen van hun studierichting en optie.

Artikel 47    Een lesverplaatsing is elke les die verplaatst wordt binnen het door de academie vastgelegde uurrooster.

Artikel 48    Enkel de directeur kan lesverplaatsingen toestaan.

Artikel 49    De leerlingen en/of ouders worden vooraf schriftelijk van elke lesverplaatsing op de hoogte gebracht.

Artikel 50    De leraar legt in samenspraak met de leerlingen datum en uur van de inhaalles vast en legt dit ter goedkeuring voor aan de directeur. De lessen kunnen niet worden verplaatst naar een vakantiedag of wettelijke feestdag.

Artikel 51    Een verplaatste les heeft de gebruikelijke duurtijd. Bij een lesverplaatsing van een groepsgericht individueel vak wordt bij voorkeur de samenstelling van de groep gerespecteerd.

 

Hoofdstuk 14 Agenda

Artikel 52    Iedere leerling heeft een agenda. Hierin worden de opdrachten en/of de te kennen leerstof en/of de in te studeren stukken van de leerlingen genoteerd, evenals eventuele aanwijzingen voor de studie en mededelingen voor de ouders.

Hoofdstuk 15 Evaluatie en evaluatiefiche

Artikel 53    Tijdens het schooljaar wordt minstens tweemaal met iedere leerling zijn brede artistieke ontwikkeling besproken aan de hand van een gedocumenteerde schriftelijke neerslag.

 

Hoofdstuk 16 Examens

Artikel 54    De leerlingen zijn verplicht deel te nemen aan de evaluatieactiviteiten .

Artikel 55    Wie meer dan 1/3 van de lessen ongewettigd afwezig was, is niet geslaagd voor het betreffende leerjaar.

Artikel 56    De examens worden georganiseerd overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen.

a.     Voor de vakken samenzang, dansinitiatie en artistieke training worden er geen proeven georganiseerd.

b.     Voor de andere vakken worden overgangs- en eindproeven georganiseerd tussen 15 mei en 30 juni:

­    aan het einde van een leerjaar: overgangsproeven,

­    in het laatste leerjaar van de lagere, de middelbare en de hogere graad: eindproeven.

c.     De proeven worden afgenomen met gesloten deuren of in publieke zitting.

1°Alle overgangsproeven worden afgenomen met gesloten deuren.

2°In de onderstaande vakken worden de eindproeven afgenomen met gesloten deuren:

­   algemene muziekcultuur,

­   begeleidingspraktijk,

­   algemene muziektheorie,

­   muziektheorie,

­   muziektheorie/jazz en lichte muziek,

­   muziekgeschiedenis,

­   algemene muzikale vorming,

­   algemene verbale vorming,

­   repertoirestudie woordkunst,

3°In de onderstaande vakken worden de eindproeven afgenomen in publieke zitting :

­   instrument,

­   instrument/jazz en lichte muziek,

­   samenspel,

­   samenspel/jazz en lichte muziek,

­   zang,

­   zang/jazz en lichte muziek,

­   stemvorming,

­   koor,

­   instrumentaal ensemble,

­   vocaal ensemble,

­   ensemble/jazz en lichte muziek,

­   experimentele muziek,

­   voordracht,

­   welsprekendheid,

­   toneel,

­   algemene artistieke bewegingsleer,

­   hedendaagse dans,

­   klassieke dans,

4°Voor "volwassenen" worden de eindproeven in aangepaste vorm afgenomen voor:

­   de vakken instrument, zang  in de lagere graad,

­   het vak stemvorming in de optie stemvorming

­   het vak stemvorming/jazz en lichte muziek in de optie stemvorming/jazz en lichte muziek

­   het vak instrument in de optie samenspel

­   het vak instrument/jazz en lichte muziek in de optie samenspel/jazz en lichte muziek

­   het vak verbale vorming,

­   het vak algemene artistieke bewegingsleer.

d.     De leerling die bij de beoordeling voor elk vak ten minste 60% van de punten heeft behaald, beëindigt zijn leerjaar met vrucht.

e.     Tijdens de periode van 15 augustus tot 15 september worden er voor de leerlingen die niet geslaagd zijn, herkansingsproeven georganiseerd voor de vakken algemene muzikale vorming, algemene muziekcultuur, muziekgeschiedenis, algemene verbale vorming, drama, verbale vorming, repertoirestudie woordkunst, algemene artistieke bewegingsleer, klassieke dans, hedendaagse dans. De leerlingen die in deze proeven slagen en geslaagd waren voor de andere vakken, beëindigen hun leerjaar met vrucht.

Artikel 57    De leden van de examencommissie worden op voorstel van de directeur door het college van burgemeester en schepenen aangesteld. Niemand mag als lid van de examencommissie zitting hebben voor de proef van een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad.

Artikel 58    Elke leerling bekomt op het einde van het schooljaar een attest of een getuigschrift op basis van de behaalde resultaten.

Artikel 59    Een leerling die om gewettigde redenen (ziekte, ongeval) niet aan een proef kan deelnemen, verwittigt onmiddellijk het secretariaat. Er moet steeds binnen de 2 kalenderdagen een attest worden ingediend (vb. doktersattest). Als de leerling dit attest tijdig inlevert, dan heeft die leerling recht op een uitgesteld examen.

Artikel 60    Wie niet aan een onderdeel van een proef deelneemt en hiervoor geen gewettigde reden (ziekte, ongeval) heeft, is onwettig afwezig en heeft een onvoldoende als gevolg.

Artikel 61    Van 15 augustus tot 15 september worden uitgestelde proeven afgenomen van de leerlingen die om een gewettigde reden niet hebben kunnen deelnemen aan de proeven op het einde van het schooljaar.

Artikel 62    Leerlingen mogen binnen een graad voor eenzelfde optie geen tweemaal overzitten.

 

Hoofdstuk 17 Gedragsregels

Artikel 63    Iedere leerling volgt strikt de richtlijnen op en neemt een correcte en beleefde houding aan tegenover het personeel van de academie en tegenover de andere leerlingen.

Artikel 64    Iedere leerling zorgt ervoor dat hij de lessen niet stoort.

Artikel 65    §1. Tijdens de lessen wordt niet gegeten of gedronken.
§2. Tijdens de lessen worden er geen gsm’s gebruikt, noch MP3-spelers, walkmans en dergelijke.

Artikel 66    De leerlingen laten het leslokaal bij het einde van de les in voldoende ordelijke staat achter. Tussen de lessen wordt zo snel mogelijk en ordentelijk van lokaal gewisseld.

 

Hoofdstuk 18 Gezondheid en veiligheid

                  In het geval dat een leerling of iemand uit zijn gezin wordt getroffen door een besmettelijke

Artikel 67    aandoening, bespreekt de leerling/ouders daarom met zijn behandelende arts of de aanwezigheid van de leerling in de academie een gevaar kan zijn of geweest zijn voor de gezondheid van andere leerlingen/personeelsleden. Indien dit het geval is, doet de leerling/ouders melding bij het secretariaat. De academie neemt de gepaste maatregelen.

Artikel 68    §1. Binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen en andere open ruimten is het verboden:

-          te roken,

-          roesopwekkende middelen (zoals alcohol, drugs,…) te gebruiken of in de academie binnen te brengen,

-          enig voorwerp als wapen te gebruiken of wapens in de academie binnen te brengen.

§2. Leerlingen mogen zich niet in de academie aanbieden onder invloed van roesopwekkende middelen (zoals alcohol, drugs,…).

Artikel 69    Iedere leerling leeft de veiligheidsvoorschriften na en volgt de instructies van de leraar of directie wat betreft

-          het dragen van aangepaste kledij (dans)

-          het vaststeken van lang haar (in het bijzonder in de studierichting Dans),

om redenen van veiligheid.

 

Hoofdstuk 19 Materiële bezittingen en vandalisme

Artikel 70    De leerlingen laten hun persoonlijke bezittingen (boekentassen, rugzakken, instrumenten,…) niet onbeheerd achter. De academie is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke diefstallen of eventuele beschadigingen.

Artikel 71    §1. De leerlingen gebruiken alle infrastructuur als normaal zorgvuldige personen met respect voor gebouwen, meubilair, apparatuur, instrumenten, producten,…
§2. De leerling is aansprakelijk voor de schade die hij opzettelijk toebrengt aan:

-          lokalen, meubilair, apparatuur, instrumenten of materiaal van de instelling,

-          materiaal, werken of instrumenten van andere leerlingen.

Dit houdt in dat hij de herstelling of de vervanging vergoedt, onverminderd de tuchtsancties die hem in dit verband kunnen worden opgelegd.

 

Hoofdstuk 20 Gebruik van infrastructuur

Artikel 72    §1. Leerlingen kunnen mits toestemming van de directeur een lokaal gebruiken om zich in het kader van hun opleiding te vervolmaken. De aanvraag gebeurt op het secretariaat van de academie.

§2. De aanvrager is verantwoordelijk voor de sleutel, de orde van het lokaal, schade en andere onregelmatigheden die eventueel vastgesteld worden.

Hoofdstuk 21 Uitlening /huurinstrumenten

Artikel 73    Binnen de voorwaarden vastgelegd in het verhuurreglement  kunnen aan de leerlingen instrumenten worden verhuurd.

Artikel 74    De leerling is verantwoordelijk voor het door hem geleende instrument en staat in voor de herstel- of vervangingskosten bij schade. (uitgez. Normale slijtage)

Artikel 75    De leerling volgt strikt de richtlijnen van de leraar over het onderhoud van het gehuurde instrument.

Artikel 76    Alle herstellingen aan het instrument gebeuren via de academie.

 

Hoofdstuk 22 Initiatieven van leerlingen of personeel

Artikel 77    Alle teksten die leerlingen of personeelsleden wensen te verspreiden in de academie, moeten vooraf ter goedkeuring aan de directeur worden voorgelegd en worden voorzien van de gebruikelijke logo’s.7

Artikel 78    Een geldomhaling in de academie door de leerlingen of personeelsleden kan slechts gebeuren na schriftelijke goedkeuring van de directeur.

Artikel 79    Leerlingen en personeelsleden die deelnemen aan kunstmanifestaties buiten de academie en daarbij de naam van de academie willen gebruiken, moeten daarvoor de schriftelijke toestemming van de directeur bekomen.

Artikel 80    Activiteiten die leraars, leerlingen of derden op eigen initiatief organiseren voor een bepaalde leerlingengroep, vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de academie.

 

Hoofdstuk 23 Sancties

Artikel 81    Ordemaatregelen
Als een leerling dit schoolreglement overtreedt of het ordentelijk verstrekken van onderwijs verstoort, kunnen volgende ordemaatregelen worden genomen door elk personeelslid onder het gezag van de directeur:

1°een mondelinge vermaning,

2°een schriftelijke vermaning via een door de ouders te ondertekenen nota,

3°een extra taak - melding gebeurt aan de ouders via een te ondertekenen nota,

4°verwijdering uit de les als het gedrag van de leerling de les erg stoort - melding gebeurt aan de ouders via een te ondertekenen nota,

5°een gesprek tussen de directeur en de leerling - melding gebeurt aan de ouders via een te ondertekenen nota,

6°de directeur neemt contact op met de ouders en bespreekt het gedrag van de leerling, al dan niet samen met de leraar. Van dit contact wordt een verslag gemaakt dat door de ouders wordt ondertekend voor kennisneming.

Tegen geen enkele ordemaatregel is er beroep mogelijk.

Artikel 82    Tuchtmaatregelen
§1. De directeur kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel nemen indien het gedrag van de leerling:

-        het ordentelijk verstrekken van onderwijs werkelijk in gevaar brengt – de maatregelen van orde hebben geen effect of het betreft zeer ernstige overtredingen,

-        de verwezenlijking van het artistiek pedagogisch project van de academie in het gedrang brengt,

-        de veiligheid of de hygiëne in het gedrang brengt,

-        ernstige of wettelijk strafbare feiten uitmaakt,

-        de naam van de instelling of de waardigheid van het personeel aantast,

-        de instelling materiële schade toebrengt.

§2. De directeur kan overgaan tot een tuchtmaatregel indien leerlingen/ouders zich onthouden van de verplichte meldingen zoals beschreven in artikel 12.
§3. Volgende sancties kunnen worden toegepast:

1°    een tijdelijke schorsing door de directeur, eventueel op voorstel van een personeelslid: de leerling mag gedurende een bepaalde periode de lessen niet meer volgen,

2°    een definitieve uitsluiting door de directeur.

§4. De leerling (en/of de ouders) wordt voorafgaandelijk gehoord. Hiervan wordt een verslag gemaakt dat voor kennisneming wordt ondertekend door de leerling (en/of ouders).

§5. Een sanctie getroffen tegen een leerling wordt aangetekend aan de betrokkene of zijn/haar ouders meegedeeld met vermelding van de reden.

§6. De onder a. en b. vermelde sancties worden door de directeur eveneens meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen.

§7. De leerling (en/of de ouders) kan tegen een tuchtmaatregel aangetekend beroep instellen bij het college van burgemeester en schepenen binnen de 7 werkdagen na ontvangst van de aangetekende beslissing. Dit beroep schorst de sanctie niet op. Binnen de 14 werkdagen na het instellen van het beroep wordt de beslissing van het  schepencollege aangetekend aan de leerling (of de ouders) meegedeeld.

Hoofdstuk 24 Toezicht

Artikel 83    Het schoolbestuur verzekert het toezicht gedurende 10 minuten voor het begin van de les tot 10 minuten na het einde van de les . De leerlingen en de ouders gedragen zich daarbij naar de onderrichtingen terzake.

Artikel 84    De ouders worden verondersteld de leerlingen op het afgesproken tijdstip stipt af te halen. Indien dit door omstandigheden niet mogelijk is, dienen zij de leerkracht of het secretariaat tijdig te verwittigen. Er mogen nooit minderjarige leerlingen alleen worden achtergelaten door de leerkracht. Gebeurt het dat een leerling niet wordt opgehaald zal volgende procedure worden toegepast;                                                             -de ouders worden gecontacteerd. Indien deze niet bereikbaar zijn wordt het secretariaat of de directie op de hoogte gebracht.                                                               -indien men geen oplossing vindt, kan de leerling naar het dichtstbijzijnde politiekantoor worden gebracht.

Artikel 85    Leerlingen wachten op de locatie die door de toezichthouder wordt aangeduid.

 

Hoofdstuk 25 Verzekering

Artikel 86    Het schoolbestuur sluit de nodige verzekeringen af voor burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen.

Artikel 87    De leerlingen zijn verzekerd voor ongevallen op het traject van huis naar de academie en terug. Heeft de leerling een ongeval op dit traject, dan moet de academie onmiddellijk worden verwittigd

 

Hoofdstuk 26 Auteursrechten

Artikel 88    De leerlingen en de academie respecteren te allen tijde het geldende auteursrecht.

Artikel 89    Korte fragmenten uit partituren mogen voor didactische doeleinden worden gekopieerd.

Artikel 90    §1. Voor het kopiëren van volledige partituren is in principe de toestemming vereist van de auteur, zijn uitgever of een andere rechthebbende.
§2. Het schoolbestuur heeft hiervoor een licentieovereenkomst afgesloten met de erkende beheersvennootschap van muziekuitgevers SEMU.

De leerlingen te allen tijde onderstaande voorwaarden:

-          elke reproductie van een beschermd werk wordt gemaakt aan de hand van een origineel uitgegeven en aangekocht exemplaar van de muziekpartituur op grafische drager, dat in het bezit is van de academie of van de leerkracht;

-          de reproductie gebeurt uitsluitend op grafische drager, met uitdrukkelijke uitsluiting van elke digitale drager;

-          de reproductie wordt uitsluitend gebruikt binnen het Deeltijds Kunstonderwijs, binnen de lesactiviteiten, de examens en de andere activiteiten van de academie zoals bekendgemaakt in een officiële activiteitenkalender;

-          de reproductie mag niet aan derden ter beschikking worden gesteld;

-          de reproducties mogen onder geen enkel beding worden verkocht;

-          bij officiële openbare proeven voor de graden L4, M3 en H3 dient de leerling ingeval van individuele vakken steeds de beschikking te hebben over een originele partituur. Ingeval van collectieve vakken (bv. samenspel en instrumentaal ensemble) dient steeds minstens één originele set van partituren in het examenlokaal aanwezig te zijn.

Het maken van integrale reproducties van methode- of studieboeken valt niet onder deze toestemming en is bijgevolg niet toegestaan.

Artikel 91    §1. Bij alle werken die de leerlingen maken, worden zij als auteur beschouwd. De academie kan hierop geen enkele afbreuk doen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de leerling.
§2. De leerlingen worden uitgenodigd om alle werken die op de academie werden gemaakt in de loop van het schooljaar vrij ter beschikking te stellen van de academie.
Deze werken kunnen enkel worden gebruikt voor didactisch-pedagogische doeleinden (voorbeeldfunctie) of activiteiten die de academie naar buiten uit moeten vertegenwoordigen (tentoonstellingen, opendeurdagen, drukwerk...).
De leerlingen ontvangen hiervoor geen vergoeding.
§3. De academie verbindt er zich toe om, bij iedere activiteit waarbij op de één of andere manier gebruik wordt gemaakt van werken van leerlingen, de naam van de leerling te vermelden en het recht op eerbied voor deze werken te garanderen.
§4. De academie zorgt er voor dat de door de leerlingen ter beschikking gestelde werken tegen een redelijk bedrag zijn verzekerd.

 

Hoofdstuk 27 Privacy

Artikel 92    Het schoolbestuur leeft de verplichtingen na die voortvloeien uit de privacywetgeving.

Artikel 93    §1. Elk heimelijk gebruik van camera’s is verboden.
§2. De academie kan bewakingscamera’s uitsluitend gebruiken met het oog op het vastleggen van feiten of handelingen die als een misdrijf zijn omschreven, die overlast veroorzaken of die de openbare orde verstoren. Er moeten ernstige en gestaafde vermoedens bestaan omtrent deze feiten en handelingen. Het moet gaan om feiten en handelingen die niet op een andere wijze kunnen worden vastgesteld.  

Artikel 94    De academie zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling.

Artikel 95    §1. De academie kan geluid- en beeldmateriaal van leerlingen maken en publiceren.

§2. Voor het maken en publiceren van niet-gericht geluid- en beeldmateriaal in academiegerelateerde publicaties zoals de website van de academie of gemeente, publicaties die door de academie of gemeente worden uitgegeven, wordt de toestemming van de leerlingen/ouders vermoed. Onder niet-gericht geluid- en beeldmateriaal verstaan we geluid- en beeldmateriaal dat een eerder spontane, niet geposeerde sfeeropname weergeeft zonder daarvoor specifiek één of enkele personen eruit te lichten. Het gaat bijvoorbeeld om een groepsfoto tijdens een activiteit van de academie. De betrokken leerlingen/ouders kunnen schriftelijk hun toestemming weigeren.

§3. Voor het maken en publiceren van gericht geluid- en beeldmateriaal zal voorafgaandelijk de toestemming van de leerling/ouders gevraagd worden. Hierbij wordt het soort geluid- of beeldmateriaal gespecifieerd, de verspreidingsvorm en het doel.

§4. Leerlingen mogen geen beeld- en/of geluidsmateriaal maken of publiceren zonder uitdrukkelijk akkoord van het betrokken personeelslid.